vrijdag 7 juni 2019

De geur van het gras, de kleuren van donkergroen gras met vele bloemen en kruiden. Tarwe, gerst, granen en natuurlijk wat een hekel aan de geur van echte mest. De geuren die je rook, fris, na een heldere regenbui, als je weer door en doornat op je fietsje naar huis toe reed. De vogels in de lucht en tegen de avond de reeen, de hazen en konijnen en uitkeek over de velden naar de mooie kleuren van een ondergaande zon. Het was allemaal zo normaal. De frisse ochtenden, en toch het voelde allemaal zo fijn. Het spelen in de bossen, het schaatsen op de doorlopers, op de kleine bevroren slootjes. En in het voorjaar, zo behaaglijk warm, het plukken van enorme veldboeketten en soms, oke, pluk nog die ene en je viel in de sloot. Op warme dagen naar het kanaal, spelen in de inhammen waar oude bootjes lagen en het water helder was. Het leek allemaal zo normaal. De geur van de stallen, de hooizolder, en de warmte van de koeien, we vermaakten ons kind er wel. Mee op het zitje van de tractor, het geluid, de warme zomerlucht. Niemand die het verbood en we hadden gewoon schik. Vakantie's bestonden uit rondhangen op het zwembad, het was er altijd vol. De 1ste dag van de week was het water koud, brrrr... en naarmate het weekend naderde was het water heerlijk op temperatuur. Het werd verwarmd door de melkfabriek en we vonden het allemaal normaal. Fietsen door de bossen naar huis, ondanks verbod deed je het toch. De weg was korter en onder bomen zo heerlijk koel op de warme zomerse dagen. In de winter, dan viel er sneeuw en of je nu erdoor heen kon of niet met de fiets, je moest gewoon. Lopen door de sneeuw, glibberen, vallen en weer opstaan tot aan de grote weg. Maar schrik hadden we en ik ruik de gezonde sneeuwlucht. Het was allemaal normaal. We speelden buiten, we hadden een fiets, vreemde ziekten, overgewicht, allergieen kenden we niet. Onweersbuien, fantastisch de lucht, de flitsen en gedonder en mijn broer maar tellen de afstand ertussen. De wegen hadden aan weerszijden bomen, heel normaal en op feesten, ach er werd ook weleens te hard gereden maar echte extreme ongelukken kan ik me niet herinneren. Gebeurde er een ongeluk, sprak het hele buurtschap erover, het raakte ons allemaal. Als kind werd je niet beschermd tegen alles en nog wat. Je ontdekte het zelf maar. Met de slee de berg af, de bomen die je ontweek. Heerlijk het gevoel van snelheid met je fiets, een doodgewone sparta en later een opoefiets de berg af en weer op. Mijn fiets herinnerd me nog altijd aan die tijd, maar het frame sterk, en een ongelukje hier en daar, daar leerde je van. Mijn eigen kind werd ook opgevoed met de natuur, lopen en een fiets en ook zij heeft nog meegemaakt dat nog 1 buitenbad een zomerabonnement verkocht. Er is zoveel verdwenen, onze natuur is vrijwel verdwenen, de geuren, de kleuren en het landschap, de slootjes, de insecten en de vele dieren. Het land is vrijwel dood, nog even en is dood, uitgebuit en uitgedroogd. Onze bomen verdwijnen, krijgen de schuld, maar de mens is de schuld. Bomen hebben het zwaar, de grond is uitgedroogd en vrijwel niemand maakt bezwaar. Dieren hebben het moeilijk, eten is er weinig, vijvers, beken, pas op! ze zijn vervuild. De drek moet ergens worden geloosd. De geuren verdwenen en ook de warmte en kou voelt anders aan en de bomen blijven maar neergaan. Nog even, dit land is voorbij. Is er geen mens die zijn jeugd herinnert aan de kleuren, de geuren, de landschappen en ook het Pietje Bel rebel gedrag, het leven verkennen! De mens is ont_wortelt.... we zijn nu zelf aan de beurt!